Birthright

Advanced ballista Dodging & Dragonslaying

“Amaai, vette opkomst vandaag!” Misprijzend keek Neriano rond in de gewelven van de Duergar. Veel Duergar waren er niet meer te bespeuren, na de slachting die ze de vorige dag onder hun cipiers hadden aangericht; maar datzelfde van Neriano’s kompanen gezegd worden. Enkel de twee andere houwdegens van dienst, Ung Ath en Rhynn waren van de partij. En al de rest? Leukis lag nog te pitten, Aramil was nog tussen al het ondergoed van de Duergar aan ‘t rondsnuffelen op zoek naar zijn spellbook of naar een nog machtigere staf, zijne hoogheid Hern zat nog zeker voor 6 uur op de pot na het leegeten van twee vaten gedroogde nootjes, doorgespoeld met een paar liter Duergar-bier en twee flessen olijfolie voor de vlotte spijsvertering (zijne hoogheid, Sirrush was nog aan ‘t bekomen van het warme weer.

De bevrijde Dwergen, die als gidsen voor onze helden fungeerden, keken licht verontrust. “Zouden jullie beter niet wat wachten tot de anderen erbij zijn. Jullie zijn maar met drie en …” Rhynn zag dat duidelijk niet als een probleem ”...en we zijn de drie taaiste van de hoop. Met ons drieën slaan we zonder probleem alle Cowled Wizards bij elkaar. We hebben de meeste hit points, de beste verdediging, de meeste healing surges, de beste geüpdate character sheets, de beste kennis van …” De Dwerg onderbrak Rhynns licht narcistische lofrede “Maar jullie hebben niet eens spellcasters mee…” “Des te beter. Dan moeten we daarvoor ook al geen oppas spelen als die weer in de problemen raken. Voorwaarts mars! Op naar die Innominatos en z’n kapmantelvriendjes!”

Ung Ath was intussen op één van de daken van de Dwergenstad gekropen. Wat hij daar uitstak, kon Rhynn niet precies zien, maar hij trok er blijkbaar wel de aandacht mee van een stevige patrouille. Drie wezens, die eruit zagen als Kobolden, die ergens in de buurt van Tsjernobil iets te vaak naar de fitness waren gegaan, stormden op Ung Ath af. “Hierheen, galgenaas!” brulde Rhynn. De twee voorste spierbundels chargeerden – typisch stomme NPC’s! Rhynn verkocht de eerste meteen een stevige dreun. Ung Ath kwam luid jodelend in duikvlucht het dak afgesprongen. Tenminste, dat was de bedoeling, veronderstelde Rhynn, als de Dragonborn Fighter keihard op z’n gezicht neerviel in het stof. De twee bodybuilder-Kobolden fronsten hun wenkbrauwen eens, en keken nog verbaasder toen Neriano ook nog achter hen tevoorschijn kwam, uit een kiertje in de muur. De aanvallen van de beide krachtpatsers misten de nodige trefzekerheid, constateerde Rhynn. Tijd voor een tegenaanval. Thunder…Thunder…THUNDERSMITE! Rhynns twee kompanen keken verbaasd op, toen Rhynn eens voor eenmaal niet zijn ondergewaardeerde wizards spell op zijn strijdkreet liet volgen, maar in plaats daarvan de kobold met een stevige dreun omver sloeg. Ook de volgende dreun van de paladijn was een voltreffer, en Ung Ath, intussen overeind gekrabbeld, sloeg het misbaksel letterlijk in stukken vaneen met een crushing blow. Neriano ging achter de derde Kobold aan, maar die vertraagde met een laffe bezwering de snelheid van zijn achtervolger tot die van een éénbenige dwerg met een adamanten vleugelpiano op z’n rug. Ung probeerde de derde kobold in te sluiten, maar tot zijn verbazing bleek het gemuteerde mormel nog over vleugeltjes te beschikken ook. Een wilde achtervolging over de daken begon, waarbij Ung Ath zijn tegenstander klemzette vlak voor die er via een liftkoker vandoor kon gaan. Tegen het tempo van een invaliede slak kwam Neriano teruggekropen, net op tijd om zowel Rhynns tegenstander als de laatste kobold op het dak de genadestoot te geven. “Killpikker!” klonk het in koor.

Neriano en Rhynn onderzochten de kobolden, of wat er nog van over was. Ze waren duidelijk het resultaat van allerlei voze experimenten met behulp van electro-shocks en demonische rituelen. “Kobolden kruisen met demonen? Absoluut walgelijk! Hoe laag kunnen die Cowled Wizards nog zinken?” sprak Neriano. “Nu ziet ge eens wat er van al die vieze magie komt,” sprak magic-disbeliever Ung Ath. “Pff, ‘t ziet er volgens mij meer uit als dat ‘empirisch wetenschappelijk onderzoek’ waar gij altijd zo hoog over opgeeft!” repliceerde Neriano “Als die Cowled Wizards dan toch wetenschappers zijn, dan zijn ‘t volgens mij van die vieze biologen. Met hun electric bursts wat vissen verdoven in de beken en zo.”

Rhynn hield zich voor één keer eens afzijdig bij al dat gekibbel. Hij keek bedrukt. Die experimenten met electro-shocks… en dan nog die getatoeëerde bliksems, die hij blijkbaar als enige had opgemerkt… Dat kon maar in één richting wijzen… Hopelijk had hij het bij ‘t verkeerde eind.

Onze drie helden kwamen aan het eind van de dwergenwoonsten. Voor hen lag een open stuk grot van zo’n 150 meter, en daarachter de donjon die tot aan het aardoppervlak reikte. “Verdomme, hoe moeten we dat weer oplossen? Hoe raken we in die dongo…dunjeo…dorgon…whatever!” Ung Ath had wist zich al geen raad met het fonologisch gedrocht ‘donjon’ alleen, laat staan hoe er binnen te komen. Intussen had iemand in de dongo…dunjo…enfin, slottoren, Rhynns geharnaste tronie opgemerkt. Een gigantische speer suisde op de paladin af en versplinterde op diens schild. Woest brullend daagde Rhynn de laffe schutter uit zich in een eerlijk gevecht met hem te komen meten, maar een nieuw schot uit de ballista dwong de paladijn dekking te zoeken. Een geschrokken Dwerg zwaaide met een witte vlag ten teken van overgave, met enkel een nieuw schot tot gevolg…alweer mis! “Goed, met die zotte schutter in de toren raken we nooit die open vlakte over. Wat doen we nu?” De Dwergen antwoordden echter niet op de vraag van Neriano. Verbouwereerd staarde het baardige volkje in de richting van Rhynn, die tenmidden van het verse puin een groot bord omhoog hees: “Te koop: Munitie voor Ballista’s – tegen dumpprijzen”. Blijkbaar kon Rhynns trieste poging tot humor weinig appreciëren en schoot een nieuwe pijl af – alweer mis. Tien meter verder hees Rhynn een nieuw bord omhoog. “Schietschool voor Ballista’s.” stond er in koeien van letters te lezen “Van kermisschieter tot scherpschutter in 10 lessen!”. Ditmaal miste de schutter zelfs het bord. Amateur! Hoofdschuddend keken de Dwergen toe hoe een grijnzende Rhynn terug kwam lopen: die paladins van tegenwoordig toch!

“Is er nergens een geheime gang naar die toren,” wouden Ung Ath en Neriano weten. Uiteindelijk kregen ze een oude Dwerg aan het praten, met behulp van Herns ochtendrantsoen jenever. “In mijnen tijd…jaja, toen was er nen tunnel…ma oeioei, daar zat toch een vies beest in… dat vrat al onze kindjes op…Geef me nog eens een neut, m’n keel is zo droog…” “Over kindjes gesproken,” onderbrak een andere Dwerg hem, zo’n jong Dwergengeval met nog niet eens z’n eerste baardharen ”,moet ge weten…” “Hoezo, tunnel?” Onderbrak Rhynn hem “hoezo tunnel?? Frontale charge, dat zeg ik!” Zijn twee kompanen schudden het hoofd. Ze zouden eerst maar de Dwarven Armory gaan openen om al die mannen te bewapenen, en dan de tunnels in. Rhynn zwaaide nog eens dreigend zijn vuist naar die klojo achter het schietraam van de donjon. “Wacht maar af, manneke! Ik krijg u nog wel! Stomme prutser!” Als antwoord kwam er eens geen schot – de schutter in kwestie was waarschijnlijk net naar de nachtwinkel gelopen voor nieuwe munitie.

...

Een goed uur later traden onze helden triomfantelijk de wapenkamer van de dwergen binnen. Die fameuze bewakers waren niet veel soeps geweest, maar het had nog wel een tijdje geduurd voor ze die hadden uitgeschakeld. Nu begaven ze zich naar de ondergrondse plaats die de Dwergen hen hadden aangeduid. Neriano was er duidelijk niet gerust in “Een raar monster in de riolen, dat kinderen eet? Ik ben er toch niet gerust op… ik hoop maar dat het geen clown is, daar was ik als kind altijd al doodsbang van…” “En de Dwergen hebben ons ten strengste afgeraden hier maar met drie binnen te gaan,” voegde Ung Ath er aan toe. Rhynn deelde, zoals gewoonlijk, Ungs voorzichtigheid niet. “Ik zou toch wel eens willen weten wat ons de baas kan?” Rhynn kreeg dadelijk antwoord op zijn vraag. De gang opende in een grote ruimte en het drietal stond oog in oog met een witte draak. Het beest was overduidelijk gebonden door één of ander magisch ritueel, en zag er, evenals de kobolden eromheen, niet bepaald gelukkig uit. Rhynn stond voor één keer sprakeloos. Ook Neriano en Ung Ath deinsden een paar passen achteruit, toen de draak in hun richting kwam. “Eh… edele Grote Worm, wij zijn hier om u te bevrijden van die Innominatos en zijn trawanten.” probeerde Rhynn voorzichtig. De draak leek even te aarzelen, maar viel toen brullend aan: er was duidelijk meer voor nodig om de magische ketenen te verbreken dan een 23 op diplomacy. Onze helden betreurden dadelijk hun luizige initiatief-score (waar is die Wralord als ge hem nodig hebt), toen de draak hen alle drie een verwoestende ijzige adem op hun dak wierp. Enkel Ung kon eraan ontsnappen. Ook de kobolden stormden voorwaarts om hun meester te helpen. “Komaan, we kunnen nog winnen! Gebruik alles wat je hebt!!” schreeuwde Neriano tegen zijn twee kompanen. Ung Ath en Rhynn omsingelden de draak, en toen schoot Ung in actie – Rain of Steel, een villain’s menace gevolgd door een crushing blow: twee rake dreunen om u tegen te zeggen (54 damage). Rhynn zag het zelf wat minder zitten: nog verkleumd van de kou, ook nog eens half bevroren door één die stomme kobolden, was er weinig kans dat hij iets kon uitrichten, tenzij… een critical hit! Met een +2 vicious warhammer dan nog. Lap, 42 damage, wie had dat gedacht?! In elk geval de draak in kwestie niet. Het beest, al stevig bloedend, sloeg als een immediate reaction onze drie helden meer dan 30 damage elk op hun doos én dan nog eens tegen de grond. Rhynn krabbelde bloedend overeind, liet nog wat radiant damage neerdalen over kobolden, en maakte toen plaats voor Neriano, die vlammend en donderend de kobolden nog wat verder de grond in boorde en de draak een zoveelste voltreffer verkocht. Woedend richtte de draak zich op… om dood neer te vallen: die laatste Rain of Steel van Ung en ongoing thunder damage van Neriano waren hem fataal geworden. Nauwelijks zes secondes later hadden Ung en Neriano ook de laatste kobolden nog bijeengeveegd, terwijl Rhynn zijn hoerenchance van de vorige ronde compenseerde door een gat in de lucht te slaan. Nog nooit was een gevecht voor hen zo spannend geweest, en nog nooit zo snel voorbij! “Hopelijk hebben ze hier nog zo’n draak.” sprak Rhynn, nog nagenietend “maar wel een beetje een grotere. Deze was nogal aan de slappe kant!”

Comments

Zij die goed hebben opgelet (zoals de Grote Leider) herinneren zich nog dat er twee draken waren.

Rhynn

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.