Birthright

Die Hard

The last Kobolds were only a few yards away. The last fight of this long, long day. “It’s too risky,” objected SirrushNeriano and I are completely exhausted and are only inches away from death.” “Me too,” agreed Aramil “I have only 4 healing surges left.” Neriano send the wizard a withering look. Rhynn did not seem to hear their objections and pushed on: “Resting now is just ridiculous. I know we can take them, we just have to do it well!” “Let’s ask our leader’s advice.”

Hern, Heir of Snowdown, was wolfing down the last remains of the Kobold’s provisions: only a few pounds of salted nuts and olives. He contemplated a new royal law to declare all non-seedless fruit illegal. How in the nine hells was someone supposed to eat handfulls of this crappy olive stuff? Disturbed from his royal thoughts, he answered: “We go on. We’re heroes, are we not?!”

A dozen kobolds awaited them in the lair of their chieftain. Hern and Rhynn led the charge, for they had still some reserves left. Rhynn prepaired to take a heroic stand, amidst the enemy, but was stunned immediately by the chieftain. Crap! So much for heroics… Two kobolds in the back started throwing cages full of vermin to our heroes and at the same time set half of the room ablaze. The fools! Did they not know adventurers with all their bonusses and items were much more resistant to fire than the average kobold? Aramil leaped amidst the flames. “Come on, little buggers! Attack me if you dare!” The Kobolds, however, seemed somewhat reluctant to jump in the fire, so the Pyromancer didn’t lose any of his four precious healing surges. In the meantime, our heroes had dealt with all the Kobold minions, which left only five opponents. An even fight! Rhynn, recovered from the chieftain’s blow, found himself facing two Dragonshield warriors. With the help of Sirrush, those weaklings were no match for him. At the same time, the others focused their attacks on the chieftain. The chieftain himself seemed somehow intent on killing Neriano, but the Swordmage cunningly teleported to the other side of the battle. The chieftain continued his persuit, which gave Hern plenty of chance to hit the enraged creature. Neriano, slick and slippery as water, still eluded the chieftain, using another of his many tricks. The frustrated chieftain, bleeding from many wounds now, ordered his two remaining followers to focus on his nemesis. And finally he mamaged to corner Neriano, just in time to be cut down by Rhynn. Frustrated the chieftain entered the afterlife, soon joined by his two last followers and their cages full of vermin. Bloody, more dead than alive, our heroes stood victourious once more. Neriano, Sirrush and Rhynn shared a triumphant smile: nine encounters they had faced together, and they were still standing! “Damn it,” Rhynn exclaimed “I’m still on full hit points. Is there some other dungeon nearby?”

View
The Cathedral of Many Minions

Sirrush was het gezaag van die Paladijn nu echt beu. “Ok, ok. Ge krijgt uw zin.” gaf hij dan maar toe ”, nog één encounter dan. Maar daarna gaan we echt wel slapen.” Rhynn klaarde helemaal op bij die woorden, blij als een kind omdat hij weer eens de grenzen van zijn uithoudingsvermogen kon aftasten. “Ach ja,” sprak Sirrush tot zichzelf, terwijl hij Rhynn achterna ging. “Na al die gevechten van de vorige uren…zoveel Kobolden kunnen er toch niet meer over zijn!” Edoch… alsof de Duivel er mee speelde, hoorden ze op dat moment iets dat verdacht veel weg had van het stemgeluid van tientallen Kobolden. Het leek van achter twee massieve deuren te komen en het klonk nog het meest als… lithurgisch gezang! “Dat is nu echt ongelofelijk,” mompelde Rhynn, terwijl hij zijn hoofd vol ongeloof schudde “we zijn hier al urenlang aan het vechten, lopen bijna allemaal rond in zware harnassen, blazen alles op wat we tegenkomen, zitten de helft van de tijd luidkeels ruzie te maken en toch… en toch blijven die Kobolden nog altijd braaf in de mis zitten??!!” Sirrush mompelde iets dat klonk als ‘dynamische dungeon’, maar Neriano liet zijn vreugde daar niet door bederven. Aan de onkarakteristiek vurige fonkeling in de ogen van het waterwezen te zien, had hij precies wel zin in een slachtpartij onder argeloze kerkgangers. Net als Sirrush en Rhynn had Neriano ook al deze hele verdomde dungeon doorkruist, en net als zij was Neriano’s haat tegenover Kobolden en ratten alleen maar groter geworden. Hij had zich zelfs al een fret aangeschaft, luisterend naar de onheilspellende naam Walli, om hem tegen dat harige ongedierte te beschermen. Ook de wizard Aramil en hun aller leider Hern kwamen erbij staan. Hun strijdplan was eenvoudig: een brutale charge. Twee geharnaste laarzen trapten de poorten open, en even later stonden onze helden oog in oog met een vijtigtal Koboldenkopjes, die zich verbaasd naar hen omdraaiden. “Minions” riep Neriano verheugd uit, terwijl hij met één zwaai van zijn groen oplichtend zwaard een half dozijn van de mormels neermaaide. Achter hem liet Aramil zijn Flaming Sphere los op de priester van Tiamat, die gillend achter zijn altaar kroop. Hern stormde naar voren, omgeven door een beschermend aura. “Komaan, mannen! Onder het meeste minions doden! Nu zullen we eens zien wie de grootste held is!” Terstond sloeg Zijne Koninklijke Hoogheid een gat in de lucht. Aan de andere kant vaagden Sirrush en Rhynn hele groepen kobolden weg met respectievelijk hun Dragon Breath en Thunder Wave. De reeds gehalveerde Congregatie Van Tiamat zond een regen van javelins op hen af, die grotendeels afketsten op hun stevige bepantsering. Andermaal ging intussen Neriano’s zwaard door de minions heen als een mes door de boter, terwijl een zeker individu aan zijn zij andermaal een koninklijk gat in de lucht sloeg. Voor de koboldpriester de kans kreeg een laatste weesgegroetje op te zeggen, had Aramil’s Flaming Sphere hem al verzengd, tesamen met de onfortuinlijke kobolden die te dicht bij hem in de buurt stonden. Met een stevige explosie deed de licht pyromane eladrin nog een half dozijn kobolden het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen. Intussen had Hern eindelijk zijn tegenstander naar de eeuwige jachtvelden kunnen sturen. Toen keerde de stilte weer en keken onze helden rond zich heen; het hele gevecht had amper achttien secondes geduurd, maar de vloer lag letterlijk bezaaid met dode kobolden. “Ik heb er 7 gedood!” zei Rhynn “Ik heb 9 Minions!” riep Sirrush “14 minions en één priester!” telde Aramil zijn slachtoffers “15 minions!” riep Neriano triomfantelijk Toen bleven de blikken rusten op hun Grote Leider, die nog stond na te hijgen boven het lijk van zijn ene, gevelde minion… “Dat komt ervan, als ge me geen action point laat gebruiken,” verdedigde Hern zich nog.

Na deze glorierijke overwinning in The Cathedral of Many Minions, was van gaan slapen natuurlijk nog geen sprake. Euforie! Overmoed! Op naar het volgende gevecht! Triomfantelijk zingend liepen de gloednieuwe Minionslayers verder… recht in een hinderlaag. Van overal sprongen de ratten en Kobolden op hen toe. Hern haalde verpletterend uit, vastbesloten zich ditmaal niet te laten kennen. De nog fris uitgeslapen Heir of Snowdown zaaide links en rechts dood en verderf met zijn gloednieuwe morgenster. Neriano zat inmiddels sterk in de problemen, en moest al zijn reserves in de strijd werpen tegen zijn geniepige tegenstanders. Sirrush en Rhynn stormden van twee kanten op een groepje kobolden af. Een duw hier, een smite daar, een combo ginder en even later was er van de kobolden niets meer over dan vier bloederige vormloze hoopjes. Triomfantelijk zwaaide Sirrush zijn vlammende zwaard boven zijn hoofd ‘Leading by example!’ Rhynn grijnsde. Dat was nog eens teamwork! Vanuit zijn ooghoek zag hij de wizard Aramil vuurbal na vuurbal afschieten op de laatste kobolden. Plots schoot hem een gesprek te binnen dat hij als tienjarige met zijn vader, de tovenaar Raghnall had gehad. Lord Raghnall had zich toen zeer misprijzend uitgelaten over ‘fighters en andere hersenloze knokkers, die gewoon moesten weten aan welke kant je een bijl moest vasthouden en die niks wisten van de mentale inspanning die een spellcaster elk gevecht moest leveren’. ‘Ofwel,’ dacht Rhynn ‘kon mijn pa toen een fameus stukske zagen, ofwel zijn de elementaire natuurwetten de laatste jaren serieus veranderd’

View
Rhynn's proposal

... Rhynn baande zich moeizaam een weg door de tientallen lijken van Goblin Minions, op zoek naar zijn vriend, leerling en leider Hern. Daar zag hij hem al, blijkbaar druk aan het wroeten tussen de lijken. Met een triomfantelijke uitroep haalde Hern tussen de aan stukken gehakte en verschroeide goblins het bewegingsloze lichaam van de Witte Heks tevoorschijn. Terwijl hij Leukis weer op de been hielp, sprak de toekomstige Laird of Snowdown een paar bemoedigende woorden tot het verfrommelde bleke hoopje ellende: “Geniaal gewoon, hoe jij je middenin de vijandige linies teleporteerde. Zo verspilde die Goblin Underboss de volgende twee rondes met jou de grond in te slaan, in plaats van met zijn troepen aan te voeren! Voor deze bijna-doodervaring verdien je een koninklijke beloning…” Iedereen luisterde in spanning naar de woorden van hun leider. Alleen Neriano, dat rare waterwezen, keek doelbewust weg van de bleke gestalte van Leukis, binnensmonds iets mompelend dat verdacht veel klonk als “incompetente albino”. “Ik trakteer je op een spaghetti!” vervolgde Hern

Rhynn zuchtte eens. Hern had de voorbije uren al 24 fictieve spaghetti’s uitgedeeld, evenals twaalf tiramisu’s, zes dame blanches, en een vat schuimloze chimay (zelfgestapt door des Konings hand, vandaar het epitheton schuimloos). Zijn eetlust zou wel aangewakkerd geweest zijn door de geur van verbrande wolf, die opsteeg uit wat 5 minuten geleden nog de stallen van de herberg waren geweest…

Rhynn sleepte de zopas vernoemde Goblin Underboss met zich mee. Rhynn had hem in leven gelaten voor de ondervraging, maar nu kreeg hij, mede door de wat ondermaatse toespraak van hun Grote Leider, een idee. Hij nam Hern terzijde, en sprak:

“Ik heb een voorstel. Onze bedoeling is toch om een stevige uitvalsbasis te hebben; zo snel mogelijk steun te krijgen van de plaatselijke bevolking; diezelfde onderdrukte bevolking een hart onder de riem te steken en tevens die gluiperige usurpators van Amn een stevige testikel van hun lijf te draaien (of een eierstok in geval van die Lady Erliza)?” Hern knikte maar. Niet alleen had hij nog maar nauwelijks de achtergrond voor de campaign gelezen, hij kreeg het ook op zijn heupen van die lange zinnen die Rhynn altijd uit zijn botten sloeg. Moest zijn vriend nu altijd met zijn neus in de boeken zitten? Zo zou hij nooit de kleine doch ware dingen des levens leren, zoals een pintje openen met een zandloper of de volledige dertien strofes van Drie Schuimtamboers naruften?

“Wel,” vervolgde Hern: “We hebben nu het volgende: 1. een half afgebrande herberg. 2. een redelijke hoeveelheid goud, te weinig voor machtige items, maar meer dan genoeg voor een spetterend feestje. 3. Een DM die al heeft laten verstaan dat we met ons goud beter eens iets anders doen dan altijd maniakaal gaan shoppen op zoek naar nog meer macht. 4. Een niet nader genoemde toekomstige Vorst die continu iedereen belooft te trakteren. 5. Een al lange tijd door de Goblins onderdukte bevolking. 6. Een gevangen Underboss van diezelfde Goblins. 7. Een party waarvan het merendeel niets lievers doet dan dingen in de fik te steken

Dus heb ik het volgende voorstel: We kondigen in de omgeving aan dat er binnen een paar dagen een plechtige heropening is van deze herberg, met
  • Gratis spaghetti!
  • Gratis drank!
  • Openbaar en eerlijk proces van de leider van die Goblins voor alle misdaden die hij tegen de menselijkheid in het algemeen en de plaatselijke bevolking in het bijzonder heeft gepleegd.
  • Aansluitend: openbare executie van voorgenoemde Goblin underboss *de belofte van hulp en gerechtigheid voor alle mensen in nood”

Hern keek maar bedenkelijk. Zou hij dan echt moeten betalen voor al dat eten dat hij in het heetst van de strijd beloofd had? De rest van het gezelschap was ook rondom hen komen staan. De Dragonborn fighter, Ung Ath, zag die openbare executie al helemaal zitten. “Brand, brand, brandstapel!” scandeerde hij uitgelaten. Bij die woorden verscheen er ook een fonkeling in de ogen van de pyromaan van dienst, Aramil. Hij zag al voor zich hoe zijn dierbare flaming sphere langzaam als de Hand Der Gerechtigheid naar de brandstapel toegleed, terwijl een menigte ademloos toekeek… Schitterend gewoon! De enige die niet luisterde, was Sirrush, de andere Dragonborn. Hij zat in een eentje zich te bezatten aan de toog, terwijl hij met steeds dronkener wordende stem herhaalde “Leading by example. Leading…by…example!”.

“Brood en spelen,” vervolgde Rhynn ”, niet meer en niet minder. Zo brengen we niet alleen gerechtigheid voor deze mensen en hoop in deze duistere tijden, maar maken we ons direct al populair en hebben we in een mum van tijd een vast clienteel voor onze herberg. Misschien vinden we zelfs wat personeel, of mensen die in ruil de verschroeide voorgevel van onze nieuwe uitvalsbasis willen repareren. Want voor zover ik weet, kan niemand van ons zoiets repareren.” Iedereen keek op zijn character sheet. En inderdaad, Rhynn had gelijk: de craft skill bestond zelfs niet eens meer in de 4e editie… O ramp! Zo zouden ze zelf nooit ofte nimmer hun herberg kunnen repareren… Ze hadden die commoners echt wel nodig.

“Waar we ons wel eens over moeten bezinnen,” vervolgde Rhynn, “is in hoeverre we onszelf al bekend maken. Als Hern direct vertelt wie hij is, krijgen we binnen de kortste keren een heel legioen van Amn op ons dak. Het zou misschien beter zijn hen maar vaag ongerust te laten worden. We zouden bevoorbeeld kunnen laten vallen dat we een warlock en een wizard in de party hebben. Als ik me goed herinner, hebben de autoriteiten van Amn een gloeiende hekel aan iedereen die illegaal arcane magic praktiseert. Dan sturen ze waarschijnlijk een patrouille op ons af om polshoogte te nemen. Die nemen we gevangen en winnen zo heel wat informatie in over hun getalsterkte, versterkte plaatsen op het eiland, zwakke plekken etc. Want Goblins en Kobolden bijeenslaan is misschien wel leuk en gemakkelijk, maar laten we niet vergeten wie de echte vijand is!”

Rhynn draaide zich naar de anderen, maar vooral naar Hern: “En, wat denken jullie?”

View
Presenting the cast

Spring Equinox, Ches 19, Year of the Ageless One (1479 DR)

Woelig omstuwt de zee de twee kleine sloepen die zich een weg naar het vasteland banen. Een aantal van zijn reisgenoten schuiven ongemakkelijk heen en weer in de kleine bootjes, maar voor Neriano is dit genieten. Voor de Watersoul Genasi is water een tweede thuis. De rest koestert misschien de vrees op een koude verdrinkingsdood, maar deze Swordmage ademt even gemakkelijk onder water als boven. Terwijl het zoute zeewater in z’n gezicht spat, laat hij zijn ogen glijden over de mannen waar hij de komende maanden lot en leven zal delen. Hern, zoon en erfgenaam van Hugh Kyrmac, kent hij reeds van vroeger. Hoewel ze slechts weinig tijd samen hebben doorgebracht, lijkt deze Cleric van Earthmother veel van de goede eigenschappen van zijn vader te hebben geërfd. Hopelijk weet hij de hoge verwachtingen die velen van hem hebben, in te lossen. Zoals steeds naast hem staat zijn trouwe vazal en lijfwacht, de Paladin Rhynn. Velen hebben House Kyrmac verlaten, maar de familiebanden die deze mannen binden zijn te sterk om door tegenspoed te worden verbroken. Enkele meters van hen verwijderd ontwaart hij door de ochtendmist de brede schouders van Sirrush, een Dragonborn Warlord. De mist en het opspattende zeewater maken het onmogelijk enige detail te ontwaren, maar in zijn geest ziet Neriano de stuurse aanblik van deze krijger. Hoffelijk zoals alleen een Dragonborn kan zijn, is hij tot dusver eveneens zeer kort van stof gebleken. Zijn blik valt echter in het niets in vergelijking met die andere Dragonborn, de Fighter Ung. In diens ogen schijnt een vuur van passies te smeulen. Umberlee mag weten welk verhaal er schuilt achter zijn aanwezigheid in dit gezelschap. En dat geldt al helemaal voor de laatste van het gezelschap, Leukis, een Tiefling Warlock die net zoals Neriano afkomstig is uit Akanûl. Dat is alvast iemand om in het oog te houden.

De gedachten van onze jonge Genasi worden echter ruw onderbroken door een kreet van één van de matrozen. “Needlewing Swarms!” En voor hij het goed en wel beseft heeft een van de zwermen hem overboord gegooid. “Dit belooft weer een lang en frustrerend gevecht te worden”, zucht hij bij zichzelf.

View
The Landing

Spring Equinox, Ches 19, Year of the Ageless One (1479 DR)

As the PC’s make their way over the choppy waves towards the Isle of Snowdown, the sun rises and beams its glorious rays on the white sails of “The Leviathan’s Wrath”. Huddled within their cloaks these brave souls bask in the rays of a sun that only hints of the spring to come. Alone with their thoughts they ponder on the enormous task they have set themselves.

As they approach the shores one of the sailors warns them to be on the look-out for Needlewing Swarms, ferocious flying reptiles that inhabit the white shores of Snowdown.

View

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.