Birthright

Advanced ballista Dodging & Dragonslaying

“Amaai, vette opkomst vandaag!” Misprijzend keek Neriano rond in de gewelven van de Duergar. Veel Duergar waren er niet meer te bespeuren, na de slachting die ze de vorige dag onder hun cipiers hadden aangericht; maar datzelfde van Neriano’s kompanen gezegd worden. Enkel de twee andere houwdegens van dienst, Ung Ath en Rhynn waren van de partij. En al de rest? Leukis lag nog te pitten, Aramil was nog tussen al het ondergoed van de Duergar aan ‘t rondsnuffelen op zoek naar zijn spellbook of naar een nog machtigere staf, zijne hoogheid Hern zat nog zeker voor 6 uur op de pot na het leegeten van twee vaten gedroogde nootjes, doorgespoeld met een paar liter Duergar-bier en twee flessen olijfolie voor de vlotte spijsvertering (zijne hoogheid, Sirrush was nog aan ‘t bekomen van het warme weer.

De bevrijde Dwergen, die als gidsen voor onze helden fungeerden, keken licht verontrust. “Zouden jullie beter niet wat wachten tot de anderen erbij zijn. Jullie zijn maar met drie en …” Rhynn zag dat duidelijk niet als een probleem ”...en we zijn de drie taaiste van de hoop. Met ons drieën slaan we zonder probleem alle Cowled Wizards bij elkaar. We hebben de meeste hit points, de beste verdediging, de meeste healing surges, de beste geüpdate character sheets, de beste kennis van …” De Dwerg onderbrak Rhynns licht narcistische lofrede “Maar jullie hebben niet eens spellcasters mee…” “Des te beter. Dan moeten we daarvoor ook al geen oppas spelen als die weer in de problemen raken. Voorwaarts mars! Op naar die Innominatos en z’n kapmantelvriendjes!”

Ung Ath was intussen op één van de daken van de Dwergenstad gekropen. Wat hij daar uitstak, kon Rhynn niet precies zien, maar hij trok er blijkbaar wel de aandacht mee van een stevige patrouille. Drie wezens, die eruit zagen als Kobolden, die ergens in de buurt van Tsjernobil iets te vaak naar de fitness waren gegaan, stormden op Ung Ath af. “Hierheen, galgenaas!” brulde Rhynn. De twee voorste spierbundels chargeerden – typisch stomme NPC’s! Rhynn verkocht de eerste meteen een stevige dreun. Ung Ath kwam luid jodelend in duikvlucht het dak afgesprongen. Tenminste, dat was de bedoeling, veronderstelde Rhynn, als de Dragonborn Fighter keihard op z’n gezicht neerviel in het stof. De twee bodybuilder-Kobolden fronsten hun wenkbrauwen eens, en keken nog verbaasder toen Neriano ook nog achter hen tevoorschijn kwam, uit een kiertje in de muur. De aanvallen van de beide krachtpatsers misten de nodige trefzekerheid, constateerde Rhynn. Tijd voor een tegenaanval. Thunder…Thunder…THUNDERSMITE! Rhynns twee kompanen keken verbaasd op, toen Rhynn eens voor eenmaal niet zijn ondergewaardeerde wizards spell op zijn strijdkreet liet volgen, maar in plaats daarvan de kobold met een stevige dreun omver sloeg. Ook de volgende dreun van de paladijn was een voltreffer, en Ung Ath, intussen overeind gekrabbeld, sloeg het misbaksel letterlijk in stukken vaneen met een crushing blow. Neriano ging achter de derde Kobold aan, maar die vertraagde met een laffe bezwering de snelheid van zijn achtervolger tot die van een éénbenige dwerg met een adamanten vleugelpiano op z’n rug. Ung probeerde de derde kobold in te sluiten, maar tot zijn verbazing bleek het gemuteerde mormel nog over vleugeltjes te beschikken ook. Een wilde achtervolging over de daken begon, waarbij Ung Ath zijn tegenstander klemzette vlak voor die er via een liftkoker vandoor kon gaan. Tegen het tempo van een invaliede slak kwam Neriano teruggekropen, net op tijd om zowel Rhynns tegenstander als de laatste kobold op het dak de genadestoot te geven. “Killpikker!” klonk het in koor.

Neriano en Rhynn onderzochten de kobolden, of wat er nog van over was. Ze waren duidelijk het resultaat van allerlei voze experimenten met behulp van electro-shocks en demonische rituelen. “Kobolden kruisen met demonen? Absoluut walgelijk! Hoe laag kunnen die Cowled Wizards nog zinken?” sprak Neriano. “Nu ziet ge eens wat er van al die vieze magie komt,” sprak magic-disbeliever Ung Ath. “Pff, ‘t ziet er volgens mij meer uit als dat ‘empirisch wetenschappelijk onderzoek’ waar gij altijd zo hoog over opgeeft!” repliceerde Neriano “Als die Cowled Wizards dan toch wetenschappers zijn, dan zijn ‘t volgens mij van die vieze biologen. Met hun electric bursts wat vissen verdoven in de beken en zo.”

Rhynn hield zich voor één keer eens afzijdig bij al dat gekibbel. Hij keek bedrukt. Die experimenten met electro-shocks… en dan nog die getatoeëerde bliksems, die hij blijkbaar als enige had opgemerkt… Dat kon maar in één richting wijzen… Hopelijk had hij het bij ‘t verkeerde eind.

Onze drie helden kwamen aan het eind van de dwergenwoonsten. Voor hen lag een open stuk grot van zo’n 150 meter, en daarachter de donjon die tot aan het aardoppervlak reikte. “Verdomme, hoe moeten we dat weer oplossen? Hoe raken we in die dongo…dunjeo…dorgon…whatever!” Ung Ath had wist zich al geen raad met het fonologisch gedrocht ‘donjon’ alleen, laat staan hoe er binnen te komen. Intussen had iemand in de dongo…dunjo…enfin, slottoren, Rhynns geharnaste tronie opgemerkt. Een gigantische speer suisde op de paladin af en versplinterde op diens schild. Woest brullend daagde Rhynn de laffe schutter uit zich in een eerlijk gevecht met hem te komen meten, maar een nieuw schot uit de ballista dwong de paladijn dekking te zoeken. Een geschrokken Dwerg zwaaide met een witte vlag ten teken van overgave, met enkel een nieuw schot tot gevolg…alweer mis! “Goed, met die zotte schutter in de toren raken we nooit die open vlakte over. Wat doen we nu?” De Dwergen antwoordden echter niet op de vraag van Neriano. Verbouwereerd staarde het baardige volkje in de richting van Rhynn, die tenmidden van het verse puin een groot bord omhoog hees: “Te koop: Munitie voor Ballista’s – tegen dumpprijzen”. Blijkbaar kon Rhynns trieste poging tot humor weinig appreciëren en schoot een nieuwe pijl af – alweer mis. Tien meter verder hees Rhynn een nieuw bord omhoog. “Schietschool voor Ballista’s.” stond er in koeien van letters te lezen “Van kermisschieter tot scherpschutter in 10 lessen!”. Ditmaal miste de schutter zelfs het bord. Amateur! Hoofdschuddend keken de Dwergen toe hoe een grijnzende Rhynn terug kwam lopen: die paladins van tegenwoordig toch!

“Is er nergens een geheime gang naar die toren,” wouden Ung Ath en Neriano weten. Uiteindelijk kregen ze een oude Dwerg aan het praten, met behulp van Herns ochtendrantsoen jenever. “In mijnen tijd…jaja, toen was er nen tunnel…ma oeioei, daar zat toch een vies beest in… dat vrat al onze kindjes op…Geef me nog eens een neut, m’n keel is zo droog…” “Over kindjes gesproken,” onderbrak een andere Dwerg hem, zo’n jong Dwergengeval met nog niet eens z’n eerste baardharen ”,moet ge weten…” “Hoezo, tunnel?” Onderbrak Rhynn hem “hoezo tunnel?? Frontale charge, dat zeg ik!” Zijn twee kompanen schudden het hoofd. Ze zouden eerst maar de Dwarven Armory gaan openen om al die mannen te bewapenen, en dan de tunnels in. Rhynn zwaaide nog eens dreigend zijn vuist naar die klojo achter het schietraam van de donjon. “Wacht maar af, manneke! Ik krijg u nog wel! Stomme prutser!” Als antwoord kwam er eens geen schot – de schutter in kwestie was waarschijnlijk net naar de nachtwinkel gelopen voor nieuwe munitie.

...

Een goed uur later traden onze helden triomfantelijk de wapenkamer van de dwergen binnen. Die fameuze bewakers waren niet veel soeps geweest, maar het had nog wel een tijdje geduurd voor ze die hadden uitgeschakeld. Nu begaven ze zich naar de ondergrondse plaats die de Dwergen hen hadden aangeduid. Neriano was er duidelijk niet gerust in “Een raar monster in de riolen, dat kinderen eet? Ik ben er toch niet gerust op… ik hoop maar dat het geen clown is, daar was ik als kind altijd al doodsbang van…” “En de Dwergen hebben ons ten strengste afgeraden hier maar met drie binnen te gaan,” voegde Ung Ath er aan toe. Rhynn deelde, zoals gewoonlijk, Ungs voorzichtigheid niet. “Ik zou toch wel eens willen weten wat ons de baas kan?” Rhynn kreeg dadelijk antwoord op zijn vraag. De gang opende in een grote ruimte en het drietal stond oog in oog met een witte draak. Het beest was overduidelijk gebonden door één of ander magisch ritueel, en zag er, evenals de kobolden eromheen, niet bepaald gelukkig uit. Rhynn stond voor één keer sprakeloos. Ook Neriano en Ung Ath deinsden een paar passen achteruit, toen de draak in hun richting kwam. “Eh… edele Grote Worm, wij zijn hier om u te bevrijden van die Innominatos en zijn trawanten.” probeerde Rhynn voorzichtig. De draak leek even te aarzelen, maar viel toen brullend aan: er was duidelijk meer voor nodig om de magische ketenen te verbreken dan een 23 op diplomacy. Onze helden betreurden dadelijk hun luizige initiatief-score (waar is die Wralord als ge hem nodig hebt), toen de draak hen alle drie een verwoestende ijzige adem op hun dak wierp. Enkel Ung kon eraan ontsnappen. Ook de kobolden stormden voorwaarts om hun meester te helpen. “Komaan, we kunnen nog winnen! Gebruik alles wat je hebt!!” schreeuwde Neriano tegen zijn twee kompanen. Ung Ath en Rhynn omsingelden de draak, en toen schoot Ung in actie – Rain of Steel, een villain’s menace gevolgd door een crushing blow: twee rake dreunen om u tegen te zeggen (54 damage). Rhynn zag het zelf wat minder zitten: nog verkleumd van de kou, ook nog eens half bevroren door één die stomme kobolden, was er weinig kans dat hij iets kon uitrichten, tenzij… een critical hit! Met een +2 vicious warhammer dan nog. Lap, 42 damage, wie had dat gedacht?! In elk geval de draak in kwestie niet. Het beest, al stevig bloedend, sloeg als een immediate reaction onze drie helden meer dan 30 damage elk op hun doos én dan nog eens tegen de grond. Rhynn krabbelde bloedend overeind, liet nog wat radiant damage neerdalen over kobolden, en maakte toen plaats voor Neriano, die vlammend en donderend de kobolden nog wat verder de grond in boorde en de draak een zoveelste voltreffer verkocht. Woedend richtte de draak zich op… om dood neer te vallen: die laatste Rain of Steel van Ung en ongoing thunder damage van Neriano waren hem fataal geworden. Nauwelijks zes secondes later hadden Ung en Neriano ook de laatste kobolden nog bijeengeveegd, terwijl Rhynn zijn hoerenchance van de vorige ronde compenseerde door een gat in de lucht te slaan. Nog nooit was een gevecht voor hen zo spannend geweest, en nog nooit zo snel voorbij! “Hopelijk hebben ze hier nog zo’n draak.” sprak Rhynn, nog nagenietend “maar wel een beetje een grotere. Deze was nogal aan de slappe kant!”

View
Forsaken by Fortune

Slowly the two Shadar-kai withches advanced, surrounded by some dark aura, while their Eladrin ally run about wildly. The badly injured Aramil hid behind the walls, while Hern, whose most powerful magic was al but spent, and Rhynn readied themselves for the last battle of the day.

“I can’t say I like this plan much.” Rhynn muttered under his breath

“What plan?” said Hern

“Exactly.”

The Eladrin Fey Knight was prancing to and fro, as if possessed by some warlock spirit suffering from ‘Attention Deficit Hyperactive Disorder’. Somewhere along the way, he managed to inflict Rhynn with a strange curse. Before Rhynn could engage the cowardly litter bugger, the two witches were upon him. Aura’s of necrotic damage? Rhynn thought Bring it on! Much to his chagrin, the shadowy bitches did not attack him, but targeted Hern instead with their ever recharging ranged attacks, continuously blinding the poor Heir of Snowdown in the proces. Lady Tymora, Goddess of Luck, was truly puking in Hern’s neck that day, for his attacks were as ineffective as were his defences. The evasive Fey Knight engaged Aramil in the meantime, taking some damage in the process, for Aramil spent many of his area spells on his sole opponent alone. Had the Fey Knight possessed a little more tactical insight, he could easily have cornered the wizard. But now, bad luck did for Aramil what his opponent’s tactical skills could not, and the wizard was forced to flee, spending his last magical resources in the process. Rhynn had had a little more luck hitting his opponents, but for every wound he inflicted upon his opponents, they hit Hern twice. And their powers kept recharging! Damn bitches! Rhynn and Hern had already spent all their healing powers, but poor Hern kept being hit by spells and necrotic aura. At least one of the witches was going down – but, what was that? That damned, thrice accursed Fey Knight somehow absorbed half the damage, and – absurdity of all absurdities, made the other half of the damage just dissappear in thin air!!?? Sorrow’s Harvest? What the Hell? Kill the eladrin bastard, our heroes thought. Unfortunately for Aramil, the enemy thought the same. The wizard went down. Now luck turned even against Rhynn – to his ever growing frustration, his opponents kept overcoming his high defenses. A glorious day this ain’t the paladin thought, as he and Hern went down also.

View
Panem et Circenses

“En jawel, Dames en Heren, Hobgoblins en Hobgoblinnes, we zijn hier weer, speciaal voor U, met een spectaculair verslag, rechtstreeks uit de arena! Iedereen zit hier in spanning te wachten op die zeven vreemdelingen, die deze ochtend ons kamp kwamen binnengelopen. Jaja, u hoort het goed, zij kwamen hier zomaar uit vrije wil naartoe! En hadden ze nog twee van onze eigen soldaten met zich mee, enkel gekleed in hun onderbroek, en met een strop om de hals. Er wordt zelfs gefluisterd dat… Maar we moeten onze uitleg onderbreken, want daar…is…onze…eerste…kandidaat! Een Dragonborn Fighter met een dik strijdbijl. En wat is zijn naam? Ung Ath? Jaja, Hobgoblins en Hobgoblinnes, geef hem maar een daverend applaus! En daar hebben we zijn tegenstander al: een Goblin Skullcrusher! Jaja, jouw hem maar uit, die inferieure Goblin, die genetisch minderbedeelde Hobgoblin, die doodlopende afslag van de Darwiniaanse Snelweg! Daar gaan we dan!

UNG ATH vs. the GOBLIN SCULLCRUSHER

“En daar opent onze Dragonborn Fighter al het gevecht met een stevige crushing blow. Aaaaaw, de dreun weer galmt tot in het publiek, terwijl de helm van die stomme Goblin in duizend stukken uiteenvalt. Haha! Voel je de ironie al, domme kleine Skullcrusher? Wie wordt er nu gecrusht?? En alweer een stevige aanval van Ung Ath. Komaan, juich met me mee! Dit superieur stuk vechtmachine heeft al jullie juichkreten nodig om dat klein inferieur misbaksel tegen de derde ronde de grond in te slaan. Jaaaa! Daar gaat ie tegen de vlakte!! Hahaaaaa! En die Dragonborn heeft niet eens een schrammetje opgelopen! A flawless victory!

En daar wordt de arena al vrijgemaakt voor een nieuw gevecht!

NERIANO vs. a DEATHJUMP SPIDER

Een charge van de spin! Critical hit! Boem! Stevige knal van de Swordmage! ongoing poison damage enerzijds en ongoing thunder damage anderzijds – dat gevecht zal hier niet meer te lang duren! Weer een Green Flame Blade van die Neriano – was dat trouwens geen Water Genasi, dames en heren? Wat doen plots al die vlammen rond hem? Weeral een voltreffer op die spin – en een overwinning voor Neriano.

View
For whom the bell tolls, final fight

DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG!

Leukis kept on snoring behind the bar, but his six companions heard the final and ominous tolling of the bell very clearly. As total darkness crept down over the village (their last torch now utterly spent), Hern and his still nameless band of adventurers rallied around the fountain of Lathander. The pit had been set aflame, the Genasi Spirit had been summoned. There was not much more they could do. Some of them were down to their very last resources, such as Sirrush, others had barely been wounded during the previous nine battles, such as Aramil or Hern himself. A bolt of pure darkness flew towards Ung Ath, giving him another reasing to hate magic. Surrounded by five of his Black Acolytes and backed up by three corpses that somehow managed to throw their own stinking innards, Black Alarick send forth waves of negative energy. The healing and temporary hit points of our heroes were spent in the blink of an eye, and some of them were going down fast, for the black acolytes struck with uncanny precision. The only ones able to endure their attacks were Rhynn (protection from necrotic energy 5) and Neriano (protection from good rolls by the DM). Hern drew upon the power of Lathander for the last time, and send many of the Black Acolytes flying back, including Black Alarick himself. With their leader temporarily disabled, Rhynn charged one of the zombies, only to discover paladins no longer had immunity to diseases. Damn! Behind him, thing were getting desperate: Ung Ath was bleeding to death while the Black Acolytes were regrouping. Sirrush used his last healing on his Dragonborn companion, and made a desperate attack on one of the Black Acolytes, standing on the barricades. Rhynn also charged that one. In a rare stroke of luck, he managed to hit the unfortunate Black Acolyte twice, send it flying into the pit and, to boot, set it aflame, all in the blink of an eye. Hern and Aramil were under fire from the zombies and discovered that even having preserved lots of healing surges was not an absolute garanty for survival. At the same time, Neriano and a seriously wounded Ung Ath attacked Black Alarick himself, backed up by the Genasi Spirit. Two of the Black Acolytes had been destroyed so far, but the odds were still against Hern and his companions. Worse still, they were running out of resources quickly, while the zombies and two black acolytes were still all but unharmed… Aramil and Hern managed to damage one of the zombies, only to discover the accursed thing kept regenerating. Thing were not going well at all.

To everyone’s surprise, Ung Ath and Neriano managed to defeat the dreaded Black Alarick, thanks to the Genasi Spirit. In the meantime the others, bloodied and weakened by the zombies, still were not able to finish off one of the remaining black acolytes, despite their focused attacks. While the acolytes pointlessly attacked Rhynn, the zombies finally started realizing attacking the most wounded and most vulnerable of their opponents was not such a bad plan after all. Ung Ath went down again, soon followed by two of the acolytes. The battle was drawing to a close now: Rhynn charged the zombies and, backed up by Hern and Aramil, was able to defeat them one by one. An elaborate transaction involving a potion and a mage hand managed to revive Ung Ath yet again. Together with Neriano and Sirrush, the Dragonborn Fighter tried to brave the laws of bad luck and finally finish off the last acolyte. That same acolyte still futily tried to hit Neriano. The Genasi spirit threw another zombie down in the burning pit. As the bell of Caterlaugh started tolling again and the zombies readied another volley, our heroes knew death was calling for one of them. In the growing tension, Hern cried out ‘Why me?’ and went down under a pile of stinking innards. The heir of Snowdown did not rise again and Rhynn thought he heard the bell tolling yet another time. He saw the looks of relief on some of his companions faces, thinking themself safe from the dying Hern’s fate. But he knew their relief was false: wasn’t it so that no party member could be considered as an island on its own, but as a part of the main, of the continent that made the party? “Therefore,” Rhynn thought, remembering some old and forgotten poem “any man’s death diminishes us. Never send to know for whom the bells tolls, it tolls for thee…” He stabilized his dying leader, negating the attacks of the last zombie, which was soon hacked and blown to pieces by Aramil and himself. In the meantime, the last Black Acolyte, who still didn’t manage to do more than scratch Neriano’s armor, was finally brought down by Ung Ath, while Sirrush mused about his bad karma and resulting strokes of extremely bad luck during the last fight.

Victory, they had prevailed at last. Then, the five still barely conscious heroes heard another sound behind them. It sounded like the slow steps of a grotesquely disfigured zombie… Cursing they readied their weapons one last time. Leukis emerged from the pub, trying to focus his drunken gaze. “Whoa, man, I’m level 5 already. Now who said drinking could damage your health? Three cheers for Leukis the Hero!”

View
For whom the bell tolls, part 5

DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG!

Nog maar twee gevechten, sprak Sirrush zijn moegestreden lijf moed in. Komaan, ge kunt het! Het zag er weer indrukwekkend uit: een half dozijn schaduwen, aangevoerd door een gedrochtelijk wezen in harnas. Hern hief zijn holy symbol hoog in de lucht “Bij het licht van mijn godin, wiens naam ik maar niet kan onthouden, pak aan, schepsels der duisternis!” De schaduwen en hun leider werden één voor één met verpletterende kracht achteruitgeblazen. Ondanks dit spectaculaire resultaat presteerde Zijne Majesteit Hern het toch nog om beteuterd te kijken. Hij had toch echt wel gehoopt dat zo’n schaduwen extra gevoelig zouden zijn voor het heilige licht… Helaas… Uit frustratie vuurde hij dan maar een Lance of Faith af op de leider van de ondoden, als enige gevoelig voor radiant damage. Rhynn was ook niet al te tevreden: uren had hij aan die kuil gegraven, en de helft van hun vijanden zweefde er gewoon over. De woede gaf hem extra kracht, want hij deelde twee verpletterende gewijde dreunen uit aan de leider. Toen ook Ung Ath zich op de Wight stortte, zag die de bui al hangen. Hij zou hier verdomd al uitgeschakeld worden voor hij iets kon doen met al z’n fancy powers. Die verdomde avonturiers, die zich altijd op één tegenstander focusten! Hij moest iets doen, voordat… Met een laatste dreun sloeg Rhynn de wight de vergetelheid in. Intussen hadden Neriano en een defensief vechtende Sirrush al één van de shadows weten uit te schakelen en stortten zich nu op een tweede. De drie anderen vielen gezamelijk Ung Ath aan, die empirisch ondervond dat je zelfs aan kleine beetjes necrotic damage kan bezijken, als je maar vaak genoeg wordt geraakt.

Hoewel hun leider de pijp uit was, leken de shadows bijzonder moeilijk te doden. Ung Ath raakte steeds verder in het nauw gedreven. Hern stootte Rhynn aan “Ik heb een plan: ik kan met mijn Medic’s Morningstar nog één extra keer turn undead doen en dan…” Zuchtend onderbrak Rhynn hem “Hern, ge hebt die daily power al lang gebruikt, al bij het derde gevecht. Dat is nu al voor de tweede keer dat ge die probeert opnieuw te gebruiken. Waarom toch?” Hern barstte in tranen uit “Ach Rhynn,” zei hij “je moest eens weten hoezeer ik die luckstones mis! Elk halfuur die opnieuw willen gebruiken, hoewel ge hem al weken voordien hebt opgebruikt! Dat was nog eens mijn lust en leven. Maar… Ach, o wee, mijn lieve gelukssteentjes: waarom, waarom toch hebben ze jullie afgeschaft in de 4th edition?”

View
For whom the bell tolls, part 4

DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG!

Iets vertelde Rhynn dat dit een bijzonder gevaarlijke aanvalsgolf zou worden. Misschien stak al zijn overmoedig geroep (‘mietjes!’ ‘bring on the pain!’ etc) daar wel voor iets tussen. Bovendien waren ze nog maar met vijf: blijkbaar zat de pyromaan van dienst, Aramil, ook al op café met die bleke lamstraal Leukis.

Vlammende gedaanten snelden op hen af. Hmm, fire resistance… misschien zouden ze toch niet zoveel aan die pyromaan gehad hebben… Rhynns aandacht werd getrokken door Ung Ath, die geconcentreerd voor zit uit zat te prevelen. Tiens dacht onze paladijn, zou één van die ongelovige dragonborn-honden in het heetst van de strijd toch het licht gezien hebben en zich bekeerd hebben? Dan hoorde hij wat Ung Ath voor zich uit fluisterde ”... niet in geloven, er niet in geloven, ik mag er niet in geloven, er niet in geloven…” Niet-begrijpend keek Rhynn hem aan. “Magie is bijgeloof,” verklaarde de Dragonborn ”, als je er echt niet in gelooft, dan kan je niet gebeuren.” Great, weer zo’n aanhanger van die Wetenschaps-cultus dacht Rhynn. Je vond die kerels tegenwoordig niet alleen meer in hun slecht geëquipeerde labo’s maar ook al op ‘t slagveld, blijkbaar. “Niet in geloven, niet in geAAAAAAARGH!” De vlammen van de vijand doorbraken de mantra van Ung Ath – where is your science now?

Ook die andere Aanbidder van Valse Goden, Sirrush, kreeg het zwaar te verduren. Gelukkig hadden zowel Sirrush, Neriano als Ung Ath een vuurbestendige huid. Hern stootte zijn ouwe makker Rhynn aan: “Hoe komt het dat iedereen hier blijkbaar fire resistance heeft?” “Regional Feats”, antwoordde Rhynn. “Hoezo? Ik dacht dat je daar enkel een extra taal mee kon leren?” Rhynn dacht met een zuur gezicht terug aan die beruchte ‘extra taal’: niet alleen kreeg hij hem maar niet ingevuld op zijn elektronische identiteitskaart, hoe vaak hij ook probeerde, ook was hij in zijn twee weken op dit eiland nog echt veel volk tegengekomen om een praatje in de inheemse taal mee te maken. “Als ik dat had geweten,” fulmineerde Hern ”,was ik wel in een ander land geboren, verdorie. Geen wonder dat dit eiland zich zomaar door Amn laat onderwerpen, met zo’n suboptimale regional feat.” Rhynn had zichzelf ook al vaak verwenst dat hij de kleine lettertjes (Den bruikbaarhyd Uwer Regionale Feat zal omgekeerd evenredig zyn aan Uwen Background Story!) niet goed genoeg gelezen had. Maar goed, fire resistance of niet, iedereen kreeg er stevig van langs. Alleen Hern bleef nog enigszins buiten schot, terwijl hij het verzengende vuur des hemelen op de vurige skeletten liet nederdalen. Brandend en bloedend dreven onze helden de laatste skeletten naar de rand van de klif, waar zich een laatste vinnige strijd ontspon. Ze behaalden de overwinning, maar Sirrush was meer dood dan levend. Met zijn laatste reserves hees hij zich overeind en stelde zich op in de achterhoede. In het voorbijgaan beet hij Rhynn tussen zijn verschrompelde lippen iets toe dat klonk als ‘durable’ en ‘ziet ge nu wel?’. Rhynn moest hem gelijk geven: die warlord had een vooruitziendere blik gehad.

View
For whom the bell tolls, part 3

DONG! DONG! DONG! DONG! DONG!

“Jaja, ‘t is al goed. Ik kom eraan!” Met zijn broek nog op de enkels stormde de koninklijke erfgenaam uit het toilet, klaar om de volgende golf aanvallers het hoofd te bieden. Ze hadden hem trouwens wel eens kunnen vertellen dat er op zo’n eeuwenlang verlaten toiletten in een spookstad, geen blaadje toiletpapier meer te vinden was! Van miserie had hij dan maar een ritual scroll gebruikt – zo kon hij die toch nog voor iets gebruiken. Aan die ritual casting, zo vermoedde Hern, had je waarschijnlijk even veel als een ranger uit de vorige generatie aan endurance.

“Ik hoop dat ik er weer een paar in de kuil kan duwen!” sprak Rhynn. Ung Ath trok een zuur gezicht bij het vermelden van die verradelijke kuil, maar dat deed niets af aan het enthousiasme van de paladin. Toch stond hem een fikse teleurstelling te wachten. “Bij de vurige kloten van Asmodeus! Vogels?! Het is hier verdomme een hele menagerie!”

In duikvlucht schoten de flink uit de kluiten gewassen maar niet erg levende roofvogels op onze helden af.

DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG!

“Ghouls ditmaal… Wat konden die lijkenvreters nu ook alweer voor special ability?” dacht Neriano. Hij zou het spoedig aan den lijve ondervinden, als een drietal van de monsters hem bijna voortdurend in verlamde toestand hield. En hij stond net zo mooi gepositioneerd om optimaal damage uit te delen! Rhynn, die vlak bij hem stond, smeet twee van de ghouls de put in. Eindelijk! Hij had wel een vreugdedansje willen doen, maar dat gaat nogal moeilijk als je immobilized bent… Ook de andere twee strijders in de frontlinie, Ung Ath en Sirrush, stond een bijzonder uitputtend en frustrerend gevecht te wachten.

“Hmm,” dacht Hern ”, we gaan toch wat spaarzaam moeten zijn met onze healing surges…Gelukkig heb ik er nog een stuk of 7”

DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG!

“Kom,’ stelde Rhynn voor, laten we ons voor de afwisseling eens in de gebouwen verschuilen. Hij trok zich met Hern en Neriano terug in de bar (ze zorgden ervoor niet teveel lawaai te maken, want Leukis was achter de toog een dutje aan het doen); Ung Ath en Sirrush trokken zich terug in de raadszaal; Aramil bleef op het podium op het stadsplein staan. “Mijn flaming sphere maakt korte metten met de vijand,” riep hij overmoedig uit. Hun voorzorgen waren vrij overbodig: de zevende golf aanvallers was niet veel soeps: zombie minions! Minachtend hakten onze helden zich een weg naar buiten, door de scharminkels heen, recht op de enige tegenstander af die het vermelden waard was: één of andere shadow, die het Aramil knap lastig maakte. Lang hield de shadow het echter niet uit, nee, die eer ging naar één zombie minion die het Zijne Hoogheid Hern knap lastig maakte. De flaming sphere verdween weer, bedroefd dat hij geen enkele minion had kunnen om zeep helpen.

View
For whom the bell tolls, part 2

“Dedju! Wat een mietjes! Ze hadden verdomme beter de dienst ongediertebestrijding erbij geroepen in plaats van helden zoals wij!” Hern was nog maar nauwelijks bekomen van het gemak waarmee hij de eerste golf kreupele aanvallers de grond had ingeslagen, of daar kwam de tweede golf al aan.

DONG! DONG!

“Pak aan! Ondood gespuis! Licht-gevoelig galgenaas!” Ook deze golf was geen partij voor hen, zeker met alle radiant damage die Hern, Rhynn en Sirrush op de zombies lieten neerdalen. Die arme schepsels waren dan ook nog eens zo traag dat ze waarschijnlijk zelfs niet zouden kunnen opzijspringen voor de charge van een schildpad! De mietjes!

DONG! DONG! DONG!

Tientallen schaduwen duiken op uit de grond. In een mum van tijd zijn onze helden omsingeld. “Wel wel, de vijand begint toch al een paar tactieken te gebruiken,” dacht Hern, luttele ogenblikken voordat hij – met een beetje hulp van zijn vrienden, toegegeven – ze allemaal de vergetelheid in knalde. Hern begon zich al wat meer een echte held te voelen. Moest een zeker kleptomaan opdondertje dat lang geleden al niet gedaan hebben, hij noemde zich hier terstond ‘Shadowslayer’.

DONG! DONG! DONG! DONG!

“Bring it on!” Tiens, ditmaal waren het honden, of toch één of andere ondode variant ervan. Toch al wat taaiere tegenstanders, blijkbaar. Vooral dat exemplaar bij Sirrush, dat maar bleef opstaan uit de dood. Of zou die kerel met zijn zweep in de achterhoede daar iets mee te maken hebben? Rhynn had intussen één van die honden de put in geflikkerd – diende al dat graafwerk tenminste toch voor iets! Hoewel, was dat Ung Ath niet, die door die kerel met zijn zweep in de kuil werd geslingerd? Wat was dat spreekwoord over die gegraven kuil nu weer? Zweepmans was blijkbaar toch niet zo sterk – erg lang hield hij het niet uit naast Neriano en Rhynn. En kijk eens aan, Sirrush slaagde er nu eindelijk in zijn Nemesis, The Dog with Nine Lives naar de Eeuwige Jachtvelden te sturen. Intussen had één van de honden een omtrekkende beweging gemaakt, in de hoop hen in de rug aan te vallen. Het stomme beest had er echter niet op gerekend dat de strijd intussen al voorbij was, en hem in de achterhoede niet enkel Aramil, maar ook de 5 anderen wachten. Bon, dacht Hern. Het begin hier toch al wat spannender te worden. Ik moet er warempel van gaan kakken ook!

View
For whom the bell tolls, part 1

Next stop: the cursed village of Caterlaugh

Left without the fabled travelling guide of Leukis or even without a lousy copy of ‘the lonely planet’, Hern and his companions had to gather information themselves. Soon as strange sight was to be seen, as seven adventurers searched each and every corner of the deserted village, digging up anything they could find, each in their own way. “There are two magical aura’s here, apparantly at war with each other” said Aramil “The fountain in the middle of the village has been consecrated to Lathander” said Hern. “This village was a major trading port about a century ago.” said Neriano. “The villagers obviously were killed by undead creatures” said Rhynn. “They resisted the first 9 waves of the attack, but were defeated by the tenth wave” said Ung Ath “I found something mentioning the infamous pirate Black Aldrick” said Sirrush. “I found the bar!” exclaimed Leukis, and off he went.

While Leukis was facing his first encounter with century-old booze, the six others draw their conclusions. It was obvious from the stories they’had heard: every night the village was under assault again. It was time to end this and teach Black Aldrick and his undead minions a lesson!

As Hern and the four others continued to search the village, Rhynn thought about a battle plan. They would attack from the seaside… As most of his companions had powerful area-spells, they would require open space to fight… The village center with its sacred fountain would suffice. But still, it wouldn’t hurt to alter the terrain a little in their favour… The paladin started digging, while the others still were searching the village, digging up someone’s the bones of yet someone else’s grandmother, even balancing on the roofs and forcing locks in the town hall. Rhynn could not help but question his companions’ motives, as he heard their cries echo through the village (“yes! I’ve found a magical item!” “yes, we’ve earned 500 experience points” and so on)

Ung Ath, Sirrush and Neriano helped the paladin finish his work. In front of the town center was now a 10ft-deep pit, and beyond were two crude pallisades. Rhynn had no illusions about his own skills at trapmaking: not a chance some dim-witted enemy would stumble into the pit all by himself. Unless… someone could push them, of course. Yet another use for Rhynn’s often underestimated wizard spell Thunder Wave! It was a pity, he contemplated, some of his allies had such straightforward powers and were as such only able to deal lots of damage. Otherwise, this simple pit could have been the source of many a cunning plan, perhaps more cunning than even the infamous Black Add… er, Aldrick… could device.

View
Ondertussen in de herberg

Zuchtend zette Leukis zich met een slecht getapte pint aan de bar. Het personeel dat hij/zij had aangeworven, had na twee weken evenveel vorderingen gemaakt als de germaanse stam uit het boek “Den Grooten oorlog” op 4 jaar. Dat hij/zij met een geslachtscrisis zat (wist hij/zij veel of hij/zij nu een man of een vrouw was?) hielp zijn situatie er ook niet op vooruit. “Hey Leukis, jij kan nogal goed overweg met die boekdrukpersen, hé? Volgende week trekken we zuidwaarts, kan jij dan misschien een gidsje samenstellen met alle bezienswaardigheden en leuke uitspanningen die we zullen tegenkomen? En let een beetje op de layout!” Dat was drie weken geleden. Vóór de kobolden.

Hij/zij zette zijn/haar pint met een klap neer. Het opspattende bier maakte vlekjes op zijn tuniek. Na al die dagen zwoegen nuja, af en toe een pintje tussendoor of een beetje luit spelen ter ontspanning niet meegerekend vond hij/zij dat het tijd was voor een foert-moment. Hij/zij nam zijn schoudertas en trok richting kobolden, een vage bierlucht met zich meeslepend.

Zich opmakend voor een uitbundige verwelkoming kwam hij/zij de dungeon binnengestormd. In tegenstelling tot de verwachte schouderklopjes, werd hij/zij enkel getrakteerd op een hoop stinkende ratten en vuile blikken. “Maar het is echt bijna af” probeerde hij/zij nog. Tevergeefs. Hern wees hem/haar met een strenge blik terecht en verplichte hem/haar op de koop toe om al op prospectie te gaan voor de volgende trip naar het schiereiland. “Naar het schijnt kan de aarde daar al eens beven. Zorg voor een leuk reisgidsje. Als je terug bent, mag je de boerenkinkels ten westen van de herberg wat onderrichten in het common; hun accent is zorgwekkend.” Leukis droop met gebogen hoofd af. “En dat zij maar niet te snel terugkomt” hoorde hij Neriano fluisteren. Rhynn hield hem nog even staande en sprak hem vertrouwelijk toe: “Let een beetje op de layout, OK?”

View

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.