Birthright

The Landing

Spring Equinox, Ches 19, Year of the Ageless One (1479 DR)

As the PC’s make their way over the choppy waves towards the Isle of Snowdown, the sun rises and beams its glorious rays on the white sails of “The Leviathan’s Wrath”. Huddled within their cloaks these brave souls bask in the rays of a sun that only hints of the spring to come. Alone with their thoughts they ponder on the enormous task they have set themselves.

As they approach the shores one of the sailors warns them to be on the look-out for Needlewing Swarms, ferocious flying reptiles that inhabit the white shores of Snowdown.

View
Presenting the cast

Spring Equinox, Ches 19, Year of the Ageless One (1479 DR)

Woelig omstuwt de zee de twee kleine sloepen die zich een weg naar het vasteland banen. Een aantal van zijn reisgenoten schuiven ongemakkelijk heen en weer in de kleine bootjes, maar voor Neriano is dit genieten. Voor de Watersoul Genasi is water een tweede thuis. De rest koestert misschien de vrees op een koude verdrinkingsdood, maar deze Swordmage ademt even gemakkelijk onder water als boven. Terwijl het zoute zeewater in z’n gezicht spat, laat hij zijn ogen glijden over de mannen waar hij de komende maanden lot en leven zal delen. Hern, zoon en erfgenaam van Hugh Kyrmac, kent hij reeds van vroeger. Hoewel ze slechts weinig tijd samen hebben doorgebracht, lijkt deze Cleric van Earthmother veel van de goede eigenschappen van zijn vader te hebben geërfd. Hopelijk weet hij de hoge verwachtingen die velen van hem hebben, in te lossen. Zoals steeds naast hem staat zijn trouwe vazal en lijfwacht, de Paladin Rhynn. Velen hebben House Kyrmac verlaten, maar de familiebanden die deze mannen binden zijn te sterk om door tegenspoed te worden verbroken. Enkele meters van hen verwijderd ontwaart hij door de ochtendmist de brede schouders van Sirrush, een Dragonborn Warlord. De mist en het opspattende zeewater maken het onmogelijk enige detail te ontwaren, maar in zijn geest ziet Neriano de stuurse aanblik van deze krijger. Hoffelijk zoals alleen een Dragonborn kan zijn, is hij tot dusver eveneens zeer kort van stof gebleken. Zijn blik valt echter in het niets in vergelijking met die andere Dragonborn, de Fighter Ung. In diens ogen schijnt een vuur van passies te smeulen. Umberlee mag weten welk verhaal er schuilt achter zijn aanwezigheid in dit gezelschap. En dat geldt al helemaal voor de laatste van het gezelschap, Leukis, een Tiefling Warlock die net zoals Neriano afkomstig is uit Akanûl. Dat is alvast iemand om in het oog te houden.

De gedachten van onze jonge Genasi worden echter ruw onderbroken door een kreet van één van de matrozen. “Needlewing Swarms!” En voor hij het goed en wel beseft heeft een van de zwermen hem overboord gegooid. “Dit belooft weer een lang en frustrerend gevecht te worden”, zucht hij bij zichzelf.

View
Rhynn's proposal

... Rhynn baande zich moeizaam een weg door de tientallen lijken van Goblin Minions, op zoek naar zijn vriend, leerling en leider Hern. Daar zag hij hem al, blijkbaar druk aan het wroeten tussen de lijken. Met een triomfantelijke uitroep haalde Hern tussen de aan stukken gehakte en verschroeide goblins het bewegingsloze lichaam van de Witte Heks tevoorschijn. Terwijl hij Leukis weer op de been hielp, sprak de toekomstige Laird of Snowdown een paar bemoedigende woorden tot het verfrommelde bleke hoopje ellende: “Geniaal gewoon, hoe jij je middenin de vijandige linies teleporteerde. Zo verspilde die Goblin Underboss de volgende twee rondes met jou de grond in te slaan, in plaats van met zijn troepen aan te voeren! Voor deze bijna-doodervaring verdien je een koninklijke beloning…” Iedereen luisterde in spanning naar de woorden van hun leider. Alleen Neriano, dat rare waterwezen, keek doelbewust weg van de bleke gestalte van Leukis, binnensmonds iets mompelend dat verdacht veel klonk als “incompetente albino”. “Ik trakteer je op een spaghetti!” vervolgde Hern

Rhynn zuchtte eens. Hern had de voorbije uren al 24 fictieve spaghetti’s uitgedeeld, evenals twaalf tiramisu’s, zes dame blanches, en een vat schuimloze chimay (zelfgestapt door des Konings hand, vandaar het epitheton schuimloos). Zijn eetlust zou wel aangewakkerd geweest zijn door de geur van verbrande wolf, die opsteeg uit wat 5 minuten geleden nog de stallen van de herberg waren geweest…

Rhynn sleepte de zopas vernoemde Goblin Underboss met zich mee. Rhynn had hem in leven gelaten voor de ondervraging, maar nu kreeg hij, mede door de wat ondermaatse toespraak van hun Grote Leider, een idee. Hij nam Hern terzijde, en sprak:

“Ik heb een voorstel. Onze bedoeling is toch om een stevige uitvalsbasis te hebben; zo snel mogelijk steun te krijgen van de plaatselijke bevolking; diezelfde onderdrukte bevolking een hart onder de riem te steken en tevens die gluiperige usurpators van Amn een stevige testikel van hun lijf te draaien (of een eierstok in geval van die Lady Erliza)?” Hern knikte maar. Niet alleen had hij nog maar nauwelijks de achtergrond voor de campaign gelezen, hij kreeg het ook op zijn heupen van die lange zinnen die Rhynn altijd uit zijn botten sloeg. Moest zijn vriend nu altijd met zijn neus in de boeken zitten? Zo zou hij nooit de kleine doch ware dingen des levens leren, zoals een pintje openen met een zandloper of de volledige dertien strofes van Drie Schuimtamboers naruften?

“Wel,” vervolgde Hern: “We hebben nu het volgende: 1. een half afgebrande herberg. 2. een redelijke hoeveelheid goud, te weinig voor machtige items, maar meer dan genoeg voor een spetterend feestje. 3. Een DM die al heeft laten verstaan dat we met ons goud beter eens iets anders doen dan altijd maniakaal gaan shoppen op zoek naar nog meer macht. 4. Een niet nader genoemde toekomstige Vorst die continu iedereen belooft te trakteren. 5. Een al lange tijd door de Goblins onderdukte bevolking. 6. Een gevangen Underboss van diezelfde Goblins. 7. Een party waarvan het merendeel niets lievers doet dan dingen in de fik te steken

Dus heb ik het volgende voorstel: We kondigen in de omgeving aan dat er binnen een paar dagen een plechtige heropening is van deze herberg, met
  • Gratis spaghetti!
  • Gratis drank!
  • Openbaar en eerlijk proces van de leider van die Goblins voor alle misdaden die hij tegen de menselijkheid in het algemeen en de plaatselijke bevolking in het bijzonder heeft gepleegd.
  • Aansluitend: openbare executie van voorgenoemde Goblin underboss *de belofte van hulp en gerechtigheid voor alle mensen in nood”

Hern keek maar bedenkelijk. Zou hij dan echt moeten betalen voor al dat eten dat hij in het heetst van de strijd beloofd had? De rest van het gezelschap was ook rondom hen komen staan. De Dragonborn fighter, Ung Ath, zag die openbare executie al helemaal zitten. “Brand, brand, brandstapel!” scandeerde hij uitgelaten. Bij die woorden verscheen er ook een fonkeling in de ogen van de pyromaan van dienst, Aramil. Hij zag al voor zich hoe zijn dierbare flaming sphere langzaam als de Hand Der Gerechtigheid naar de brandstapel toegleed, terwijl een menigte ademloos toekeek… Schitterend gewoon! De enige die niet luisterde, was Sirrush, de andere Dragonborn. Hij zat in een eentje zich te bezatten aan de toog, terwijl hij met steeds dronkener wordende stem herhaalde “Leading by example. Leading…by…example!”.

“Brood en spelen,” vervolgde Rhynn ”, niet meer en niet minder. Zo brengen we niet alleen gerechtigheid voor deze mensen en hoop in deze duistere tijden, maar maken we ons direct al populair en hebben we in een mum van tijd een vast clienteel voor onze herberg. Misschien vinden we zelfs wat personeel, of mensen die in ruil de verschroeide voorgevel van onze nieuwe uitvalsbasis willen repareren. Want voor zover ik weet, kan niemand van ons zoiets repareren.” Iedereen keek op zijn character sheet. En inderdaad, Rhynn had gelijk: de craft skill bestond zelfs niet eens meer in de 4e editie… O ramp! Zo zouden ze zelf nooit ofte nimmer hun herberg kunnen repareren… Ze hadden die commoners echt wel nodig.

“Waar we ons wel eens over moeten bezinnen,” vervolgde Rhynn, “is in hoeverre we onszelf al bekend maken. Als Hern direct vertelt wie hij is, krijgen we binnen de kortste keren een heel legioen van Amn op ons dak. Het zou misschien beter zijn hen maar vaag ongerust te laten worden. We zouden bevoorbeeld kunnen laten vallen dat we een warlock en een wizard in de party hebben. Als ik me goed herinner, hebben de autoriteiten van Amn een gloeiende hekel aan iedereen die illegaal arcane magic praktiseert. Dan sturen ze waarschijnlijk een patrouille op ons af om polshoogte te nemen. Die nemen we gevangen en winnen zo heel wat informatie in over hun getalsterkte, versterkte plaatsen op het eiland, zwakke plekken etc. Want Goblins en Kobolden bijeenslaan is misschien wel leuk en gemakkelijk, maar laten we niet vergeten wie de echte vijand is!”

Rhynn draaide zich naar de anderen, maar vooral naar Hern: “En, wat denken jullie?”

View
The Cathedral of Many Minions

Sirrush was het gezaag van die Paladijn nu echt beu. “Ok, ok. Ge krijgt uw zin.” gaf hij dan maar toe ”, nog één encounter dan. Maar daarna gaan we echt wel slapen.” Rhynn klaarde helemaal op bij die woorden, blij als een kind omdat hij weer eens de grenzen van zijn uithoudingsvermogen kon aftasten. “Ach ja,” sprak Sirrush tot zichzelf, terwijl hij Rhynn achterna ging. “Na al die gevechten van de vorige uren…zoveel Kobolden kunnen er toch niet meer over zijn!” Edoch… alsof de Duivel er mee speelde, hoorden ze op dat moment iets dat verdacht veel weg had van het stemgeluid van tientallen Kobolden. Het leek van achter twee massieve deuren te komen en het klonk nog het meest als… lithurgisch gezang! “Dat is nu echt ongelofelijk,” mompelde Rhynn, terwijl hij zijn hoofd vol ongeloof schudde “we zijn hier al urenlang aan het vechten, lopen bijna allemaal rond in zware harnassen, blazen alles op wat we tegenkomen, zitten de helft van de tijd luidkeels ruzie te maken en toch… en toch blijven die Kobolden nog altijd braaf in de mis zitten??!!” Sirrush mompelde iets dat klonk als ‘dynamische dungeon’, maar Neriano liet zijn vreugde daar niet door bederven. Aan de onkarakteristiek vurige fonkeling in de ogen van het waterwezen te zien, had hij precies wel zin in een slachtpartij onder argeloze kerkgangers. Net als Sirrush en Rhynn had Neriano ook al deze hele verdomde dungeon doorkruist, en net als zij was Neriano’s haat tegenover Kobolden en ratten alleen maar groter geworden. Hij had zich zelfs al een fret aangeschaft, luisterend naar de onheilspellende naam Walli, om hem tegen dat harige ongedierte te beschermen. Ook de wizard Aramil en hun aller leider Hern kwamen erbij staan. Hun strijdplan was eenvoudig: een brutale charge. Twee geharnaste laarzen trapten de poorten open, en even later stonden onze helden oog in oog met een vijtigtal Koboldenkopjes, die zich verbaasd naar hen omdraaiden. “Minions” riep Neriano verheugd uit, terwijl hij met één zwaai van zijn groen oplichtend zwaard een half dozijn van de mormels neermaaide. Achter hem liet Aramil zijn Flaming Sphere los op de priester van Tiamat, die gillend achter zijn altaar kroop. Hern stormde naar voren, omgeven door een beschermend aura. “Komaan, mannen! Onder het meeste minions doden! Nu zullen we eens zien wie de grootste held is!” Terstond sloeg Zijne Koninklijke Hoogheid een gat in de lucht. Aan de andere kant vaagden Sirrush en Rhynn hele groepen kobolden weg met respectievelijk hun Dragon Breath en Thunder Wave. De reeds gehalveerde Congregatie Van Tiamat zond een regen van javelins op hen af, die grotendeels afketsten op hun stevige bepantsering. Andermaal ging intussen Neriano’s zwaard door de minions heen als een mes door de boter, terwijl een zeker individu aan zijn zij andermaal een koninklijk gat in de lucht sloeg. Voor de koboldpriester de kans kreeg een laatste weesgegroetje op te zeggen, had Aramil’s Flaming Sphere hem al verzengd, tesamen met de onfortuinlijke kobolden die te dicht bij hem in de buurt stonden. Met een stevige explosie deed de licht pyromane eladrin nog een half dozijn kobolden het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen. Intussen had Hern eindelijk zijn tegenstander naar de eeuwige jachtvelden kunnen sturen. Toen keerde de stilte weer en keken onze helden rond zich heen; het hele gevecht had amper achttien secondes geduurd, maar de vloer lag letterlijk bezaaid met dode kobolden. “Ik heb er 7 gedood!” zei Rhynn “Ik heb 9 Minions!” riep Sirrush “14 minions en één priester!” telde Aramil zijn slachtoffers “15 minions!” riep Neriano triomfantelijk Toen bleven de blikken rusten op hun Grote Leider, die nog stond na te hijgen boven het lijk van zijn ene, gevelde minion… “Dat komt ervan, als ge me geen action point laat gebruiken,” verdedigde Hern zich nog.

Na deze glorierijke overwinning in The Cathedral of Many Minions, was van gaan slapen natuurlijk nog geen sprake. Euforie! Overmoed! Op naar het volgende gevecht! Triomfantelijk zingend liepen de gloednieuwe Minionslayers verder… recht in een hinderlaag. Van overal sprongen de ratten en Kobolden op hen toe. Hern haalde verpletterend uit, vastbesloten zich ditmaal niet te laten kennen. De nog fris uitgeslapen Heir of Snowdown zaaide links en rechts dood en verderf met zijn gloednieuwe morgenster. Neriano zat inmiddels sterk in de problemen, en moest al zijn reserves in de strijd werpen tegen zijn geniepige tegenstanders. Sirrush en Rhynn stormden van twee kanten op een groepje kobolden af. Een duw hier, een smite daar, een combo ginder en even later was er van de kobolden niets meer over dan vier bloederige vormloze hoopjes. Triomfantelijk zwaaide Sirrush zijn vlammende zwaard boven zijn hoofd ‘Leading by example!’ Rhynn grijnsde. Dat was nog eens teamwork! Vanuit zijn ooghoek zag hij de wizard Aramil vuurbal na vuurbal afschieten op de laatste kobolden. Plots schoot hem een gesprek te binnen dat hij als tienjarige met zijn vader, de tovenaar Raghnall had gehad. Lord Raghnall had zich toen zeer misprijzend uitgelaten over ‘fighters en andere hersenloze knokkers, die gewoon moesten weten aan welke kant je een bijl moest vasthouden en die niks wisten van de mentale inspanning die een spellcaster elk gevecht moest leveren’. ‘Ofwel,’ dacht Rhynn ‘kon mijn pa toen een fameus stukske zagen, ofwel zijn de elementaire natuurwetten de laatste jaren serieus veranderd’

View
Die Hard

The last Kobolds were only a few yards away. The last fight of this long, long day. “It’s too risky,” objected SirrushNeriano and I are completely exhausted and are only inches away from death.” “Me too,” agreed Aramil “I have only 4 healing surges left.” Neriano send the wizard a withering look. Rhynn did not seem to hear their objections and pushed on: “Resting now is just ridiculous. I know we can take them, we just have to do it well!” “Let’s ask our leader’s advice.”

Hern, Heir of Snowdown, was wolfing down the last remains of the Kobold’s provisions: only a few pounds of salted nuts and olives. He contemplated a new royal law to declare all non-seedless fruit illegal. How in the nine hells was someone supposed to eat handfulls of this crappy olive stuff? Disturbed from his royal thoughts, he answered: “We go on. We’re heroes, are we not?!”

A dozen kobolds awaited them in the lair of their chieftain. Hern and Rhynn led the charge, for they had still some reserves left. Rhynn prepaired to take a heroic stand, amidst the enemy, but was stunned immediately by the chieftain. Crap! So much for heroics… Two kobolds in the back started throwing cages full of vermin to our heroes and at the same time set half of the room ablaze. The fools! Did they not know adventurers with all their bonusses and items were much more resistant to fire than the average kobold? Aramil leaped amidst the flames. “Come on, little buggers! Attack me if you dare!” The Kobolds, however, seemed somewhat reluctant to jump in the fire, so the Pyromancer didn’t lose any of his four precious healing surges. In the meantime, our heroes had dealt with all the Kobold minions, which left only five opponents. An even fight! Rhynn, recovered from the chieftain’s blow, found himself facing two Dragonshield warriors. With the help of Sirrush, those weaklings were no match for him. At the same time, the others focused their attacks on the chieftain. The chieftain himself seemed somehow intent on killing Neriano, but the Swordmage cunningly teleported to the other side of the battle. The chieftain continued his persuit, which gave Hern plenty of chance to hit the enraged creature. Neriano, slick and slippery as water, still eluded the chieftain, using another of his many tricks. The frustrated chieftain, bleeding from many wounds now, ordered his two remaining followers to focus on his nemesis. And finally he mamaged to corner Neriano, just in time to be cut down by Rhynn. Frustrated the chieftain entered the afterlife, soon joined by his two last followers and their cages full of vermin. Bloody, more dead than alive, our heroes stood victourious once more. Neriano, Sirrush and Rhynn shared a triumphant smile: nine encounters they had faced together, and they were still standing! “Damn it,” Rhynn exclaimed “I’m still on full hit points. Is there some other dungeon nearby?”

View
Ondertussen in de herberg

Zuchtend zette Leukis zich met een slecht getapte pint aan de bar. Het personeel dat hij/zij had aangeworven, had na twee weken evenveel vorderingen gemaakt als de germaanse stam uit het boek “Den Grooten oorlog” op 4 jaar. Dat hij/zij met een geslachtscrisis zat (wist hij/zij veel of hij/zij nu een man of een vrouw was?) hielp zijn situatie er ook niet op vooruit. “Hey Leukis, jij kan nogal goed overweg met die boekdrukpersen, hé? Volgende week trekken we zuidwaarts, kan jij dan misschien een gidsje samenstellen met alle bezienswaardigheden en leuke uitspanningen die we zullen tegenkomen? En let een beetje op de layout!” Dat was drie weken geleden. Vóór de kobolden.

Hij/zij zette zijn/haar pint met een klap neer. Het opspattende bier maakte vlekjes op zijn tuniek. Na al die dagen zwoegen nuja, af en toe een pintje tussendoor of een beetje luit spelen ter ontspanning niet meegerekend vond hij/zij dat het tijd was voor een foert-moment. Hij/zij nam zijn schoudertas en trok richting kobolden, een vage bierlucht met zich meeslepend.

Zich opmakend voor een uitbundige verwelkoming kwam hij/zij de dungeon binnengestormd. In tegenstelling tot de verwachte schouderklopjes, werd hij/zij enkel getrakteerd op een hoop stinkende ratten en vuile blikken. “Maar het is echt bijna af” probeerde hij/zij nog. Tevergeefs. Hern wees hem/haar met een strenge blik terecht en verplichte hem/haar op de koop toe om al op prospectie te gaan voor de volgende trip naar het schiereiland. “Naar het schijnt kan de aarde daar al eens beven. Zorg voor een leuk reisgidsje. Als je terug bent, mag je de boerenkinkels ten westen van de herberg wat onderrichten in het common; hun accent is zorgwekkend.” Leukis droop met gebogen hoofd af. “En dat zij maar niet te snel terugkomt” hoorde hij Neriano fluisteren. Rhynn hield hem nog even staande en sprak hem vertrouwelijk toe: “Let een beetje op de layout, OK?”

View
For whom the bell tolls, part 1

Next stop: the cursed village of Caterlaugh

Left without the fabled travelling guide of Leukis or even without a lousy copy of ‘the lonely planet’, Hern and his companions had to gather information themselves. Soon as strange sight was to be seen, as seven adventurers searched each and every corner of the deserted village, digging up anything they could find, each in their own way. “There are two magical aura’s here, apparantly at war with each other” said Aramil “The fountain in the middle of the village has been consecrated to Lathander” said Hern. “This village was a major trading port about a century ago.” said Neriano. “The villagers obviously were killed by undead creatures” said Rhynn. “They resisted the first 9 waves of the attack, but were defeated by the tenth wave” said Ung Ath “I found something mentioning the infamous pirate Black Aldrick” said Sirrush. “I found the bar!” exclaimed Leukis, and off he went.

While Leukis was facing his first encounter with century-old booze, the six others draw their conclusions. It was obvious from the stories they’had heard: every night the village was under assault again. It was time to end this and teach Black Aldrick and his undead minions a lesson!

As Hern and the four others continued to search the village, Rhynn thought about a battle plan. They would attack from the seaside… As most of his companions had powerful area-spells, they would require open space to fight… The village center with its sacred fountain would suffice. But still, it wouldn’t hurt to alter the terrain a little in their favour… The paladin started digging, while the others still were searching the village, digging up someone’s the bones of yet someone else’s grandmother, even balancing on the roofs and forcing locks in the town hall. Rhynn could not help but question his companions’ motives, as he heard their cries echo through the village (“yes! I’ve found a magical item!” “yes, we’ve earned 500 experience points” and so on)

Ung Ath, Sirrush and Neriano helped the paladin finish his work. In front of the town center was now a 10ft-deep pit, and beyond were two crude pallisades. Rhynn had no illusions about his own skills at trapmaking: not a chance some dim-witted enemy would stumble into the pit all by himself. Unless… someone could push them, of course. Yet another use for Rhynn’s often underestimated wizard spell Thunder Wave! It was a pity, he contemplated, some of his allies had such straightforward powers and were as such only able to deal lots of damage. Otherwise, this simple pit could have been the source of many a cunning plan, perhaps more cunning than even the infamous Black Add… er, Aldrick… could device.

View
For whom the bell tolls, part 2

“Dedju! Wat een mietjes! Ze hadden verdomme beter de dienst ongediertebestrijding erbij geroepen in plaats van helden zoals wij!” Hern was nog maar nauwelijks bekomen van het gemak waarmee hij de eerste golf kreupele aanvallers de grond had ingeslagen, of daar kwam de tweede golf al aan.

DONG! DONG!

“Pak aan! Ondood gespuis! Licht-gevoelig galgenaas!” Ook deze golf was geen partij voor hen, zeker met alle radiant damage die Hern, Rhynn en Sirrush op de zombies lieten neerdalen. Die arme schepsels waren dan ook nog eens zo traag dat ze waarschijnlijk zelfs niet zouden kunnen opzijspringen voor de charge van een schildpad! De mietjes!

DONG! DONG! DONG!

Tientallen schaduwen duiken op uit de grond. In een mum van tijd zijn onze helden omsingeld. “Wel wel, de vijand begint toch al een paar tactieken te gebruiken,” dacht Hern, luttele ogenblikken voordat hij – met een beetje hulp van zijn vrienden, toegegeven – ze allemaal de vergetelheid in knalde. Hern begon zich al wat meer een echte held te voelen. Moest een zeker kleptomaan opdondertje dat lang geleden al niet gedaan hebben, hij noemde zich hier terstond ‘Shadowslayer’.

DONG! DONG! DONG! DONG!

“Bring it on!” Tiens, ditmaal waren het honden, of toch één of andere ondode variant ervan. Toch al wat taaiere tegenstanders, blijkbaar. Vooral dat exemplaar bij Sirrush, dat maar bleef opstaan uit de dood. Of zou die kerel met zijn zweep in de achterhoede daar iets mee te maken hebben? Rhynn had intussen één van die honden de put in geflikkerd – diende al dat graafwerk tenminste toch voor iets! Hoewel, was dat Ung Ath niet, die door die kerel met zijn zweep in de kuil werd geslingerd? Wat was dat spreekwoord over die gegraven kuil nu weer? Zweepmans was blijkbaar toch niet zo sterk – erg lang hield hij het niet uit naast Neriano en Rhynn. En kijk eens aan, Sirrush slaagde er nu eindelijk in zijn Nemesis, The Dog with Nine Lives naar de Eeuwige Jachtvelden te sturen. Intussen had één van de honden een omtrekkende beweging gemaakt, in de hoop hen in de rug aan te vallen. Het stomme beest had er echter niet op gerekend dat de strijd intussen al voorbij was, en hem in de achterhoede niet enkel Aramil, maar ook de 5 anderen wachten. Bon, dacht Hern. Het begin hier toch al wat spannender te worden. Ik moet er warempel van gaan kakken ook!

View
For whom the bell tolls, part 3

DONG! DONG! DONG! DONG! DONG!

“Jaja, ‘t is al goed. Ik kom eraan!” Met zijn broek nog op de enkels stormde de koninklijke erfgenaam uit het toilet, klaar om de volgende golf aanvallers het hoofd te bieden. Ze hadden hem trouwens wel eens kunnen vertellen dat er op zo’n eeuwenlang verlaten toiletten in een spookstad, geen blaadje toiletpapier meer te vinden was! Van miserie had hij dan maar een ritual scroll gebruikt – zo kon hij die toch nog voor iets gebruiken. Aan die ritual casting, zo vermoedde Hern, had je waarschijnlijk even veel als een ranger uit de vorige generatie aan endurance.

“Ik hoop dat ik er weer een paar in de kuil kan duwen!” sprak Rhynn. Ung Ath trok een zuur gezicht bij het vermelden van die verradelijke kuil, maar dat deed niets af aan het enthousiasme van de paladin. Toch stond hem een fikse teleurstelling te wachten. “Bij de vurige kloten van Asmodeus! Vogels?! Het is hier verdomme een hele menagerie!”

In duikvlucht schoten de flink uit de kluiten gewassen maar niet erg levende roofvogels op onze helden af.

DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG!

“Ghouls ditmaal… Wat konden die lijkenvreters nu ook alweer voor special ability?” dacht Neriano. Hij zou het spoedig aan den lijve ondervinden, als een drietal van de monsters hem bijna voortdurend in verlamde toestand hield. En hij stond net zo mooi gepositioneerd om optimaal damage uit te delen! Rhynn, die vlak bij hem stond, smeet twee van de ghouls de put in. Eindelijk! Hij had wel een vreugdedansje willen doen, maar dat gaat nogal moeilijk als je immobilized bent… Ook de andere twee strijders in de frontlinie, Ung Ath en Sirrush, stond een bijzonder uitputtend en frustrerend gevecht te wachten.

“Hmm,” dacht Hern ”, we gaan toch wat spaarzaam moeten zijn met onze healing surges…Gelukkig heb ik er nog een stuk of 7”

DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG!

“Kom,’ stelde Rhynn voor, laten we ons voor de afwisseling eens in de gebouwen verschuilen. Hij trok zich met Hern en Neriano terug in de bar (ze zorgden ervoor niet teveel lawaai te maken, want Leukis was achter de toog een dutje aan het doen); Ung Ath en Sirrush trokken zich terug in de raadszaal; Aramil bleef op het podium op het stadsplein staan. “Mijn flaming sphere maakt korte metten met de vijand,” riep hij overmoedig uit. Hun voorzorgen waren vrij overbodig: de zevende golf aanvallers was niet veel soeps: zombie minions! Minachtend hakten onze helden zich een weg naar buiten, door de scharminkels heen, recht op de enige tegenstander af die het vermelden waard was: één of andere shadow, die het Aramil knap lastig maakte. Lang hield de shadow het echter niet uit, nee, die eer ging naar één zombie minion die het Zijne Hoogheid Hern knap lastig maakte. De flaming sphere verdween weer, bedroefd dat hij geen enkele minion had kunnen om zeep helpen.

View
For whom the bell tolls, part 4

DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG! DONG!

Iets vertelde Rhynn dat dit een bijzonder gevaarlijke aanvalsgolf zou worden. Misschien stak al zijn overmoedig geroep (‘mietjes!’ ‘bring on the pain!’ etc) daar wel voor iets tussen. Bovendien waren ze nog maar met vijf: blijkbaar zat de pyromaan van dienst, Aramil, ook al op café met die bleke lamstraal Leukis.

Vlammende gedaanten snelden op hen af. Hmm, fire resistance… misschien zouden ze toch niet zoveel aan die pyromaan gehad hebben… Rhynns aandacht werd getrokken door Ung Ath, die geconcentreerd voor zit uit zat te prevelen. Tiens dacht onze paladijn, zou één van die ongelovige dragonborn-honden in het heetst van de strijd toch het licht gezien hebben en zich bekeerd hebben? Dan hoorde hij wat Ung Ath voor zich uit fluisterde ”... niet in geloven, er niet in geloven, ik mag er niet in geloven, er niet in geloven…” Niet-begrijpend keek Rhynn hem aan. “Magie is bijgeloof,” verklaarde de Dragonborn ”, als je er echt niet in gelooft, dan kan je niet gebeuren.” Great, weer zo’n aanhanger van die Wetenschaps-cultus dacht Rhynn. Je vond die kerels tegenwoordig niet alleen meer in hun slecht geëquipeerde labo’s maar ook al op ‘t slagveld, blijkbaar. “Niet in geloven, niet in geAAAAAAARGH!” De vlammen van de vijand doorbraken de mantra van Ung Ath – where is your science now?

Ook die andere Aanbidder van Valse Goden, Sirrush, kreeg het zwaar te verduren. Gelukkig hadden zowel Sirrush, Neriano als Ung Ath een vuurbestendige huid. Hern stootte zijn ouwe makker Rhynn aan: “Hoe komt het dat iedereen hier blijkbaar fire resistance heeft?” “Regional Feats”, antwoordde Rhynn. “Hoezo? Ik dacht dat je daar enkel een extra taal mee kon leren?” Rhynn dacht met een zuur gezicht terug aan die beruchte ‘extra taal’: niet alleen kreeg hij hem maar niet ingevuld op zijn elektronische identiteitskaart, hoe vaak hij ook probeerde, ook was hij in zijn twee weken op dit eiland nog echt veel volk tegengekomen om een praatje in de inheemse taal mee te maken. “Als ik dat had geweten,” fulmineerde Hern ”,was ik wel in een ander land geboren, verdorie. Geen wonder dat dit eiland zich zomaar door Amn laat onderwerpen, met zo’n suboptimale regional feat.” Rhynn had zichzelf ook al vaak verwenst dat hij de kleine lettertjes (Den bruikbaarhyd Uwer Regionale Feat zal omgekeerd evenredig zyn aan Uwen Background Story!) niet goed genoeg gelezen had. Maar goed, fire resistance of niet, iedereen kreeg er stevig van langs. Alleen Hern bleef nog enigszins buiten schot, terwijl hij het verzengende vuur des hemelen op de vurige skeletten liet nederdalen. Brandend en bloedend dreven onze helden de laatste skeletten naar de rand van de klif, waar zich een laatste vinnige strijd ontspon. Ze behaalden de overwinning, maar Sirrush was meer dood dan levend. Met zijn laatste reserves hees hij zich overeind en stelde zich op in de achterhoede. In het voorbijgaan beet hij Rhynn tussen zijn verschrompelde lippen iets toe dat klonk als ‘durable’ en ‘ziet ge nu wel?’. Rhynn moest hem gelijk geven: die warlord had een vooruitziendere blik gehad.

View

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.